| |
De
stalen beelden van Cor van Dijk (Pernis-Rotterdam 1952) zijn van een uiterste
eenvoud en helderheid en bestaan uit een ordening van meerdere geometrische
en meestal identieke vormen. In zijn werk zoekt van Dijk naar harmonie
tussen de massa van het beeld, de ruimte eromheen en de restruimten tussen
de afzonderlijke elementen en bovendien naar een spannende ontmoeting
tussen de onderdelen van het werk. Dit alles wordt ondersteund door een
perfecte afwerking. Zijn beelden verwijzen naar niets anders dan zichzelf.
Er zijn geen achterliggende betekenissen. Cor doet slechts een beroep
op het vermogen van de beschouwer om goed te kijken. Wie zijn beelden
enkel van foto's kent wordt misleid door het monumentale karakter dat
hen groter doet lijken dan ze in werkelijkheid zijn.
In
1976 studeerde Cor Van Dijk af aan de Academie voor Beeldende Kunsten,
afdeling plastische vormgeving te Rotterdam. Daarna exposeert hij solo
en neemt deel aan groepstentoonstellingen en maakt werk in opdracht. In
2004 wint hij met de leden van de tentoonstelling Pulchri Studio, Den
Haag, de Jacob Hartogprijs. Zijn werk is aangekocht door o.a Het Valkenhof
te Nijmegen en het Stedelijk Museum De Lakenhal te Leiden.
In de schilderijen van Ditty Ketting (Pernis Rotterdam 1952) is kleur
allesomvattend, even wezenlijk als het licht en de ruimte. De werken zijn
opgebouwd uit verticale banen op horizontale vlakken in acrylverf op linnen.
Ze maakt gebruik van bestaande kleurordeningen. De herhaling of onderbreking
van het formaat van de banen, de ritmes, versterken de interactie tussen
de kleuren. Soms zijn de kleuren verwant en roepen ze spanning op omdat
de combinatie wringt. Wanneer het kleurgebruik complementair is, duwen
de kleuren elkaar af en vibreert het doek. Het oog springt heen en weer
over het oppervlak. Het vindt geen houvast; er ontstaan allerlei patronen.
Soms werken kleurbanen als lichtbundels die op verschillende afstanden
van het doek lijken te zweven. Het totaalbeeld maakt de illusie van een
puur architectonische ruimtelijkheid zichtbaar.
In 1980 studeerde Ditty Ketting af aan de Academie voor Beeldende Kunsten,
te Rotterdam. Daarna exposeert ze solo en neemt deel aan groepstentoonstellingen.
De sieraden van Nicolette Korteling-Kool (Rijswijk 1954) worden gekenmerkt
door een dynamiek en een spelen met licht. Haar werk bestaat uit diverse
series met verschillende uitgangspunten.Vaak gemaakt van zilver of goud,
soms van staal gecombineerd met glas of bergkristal, vormen ze objecten
om te bewonderen maar vooral ook sieraden om gedragen te worden. De 'nestringen
'uit haar collectie zijn opgebouwd uit zilver en goud. Nicolette maakte
deze ring naar aanleiding van een vogelnestje dat ze in haar tuin vond.
Het thema hierbij is duidelijk het speelse wikkelen en draaien van het
materiaal. Haar recente sieraden bestaan uit gegoten holle zilveren vormen.
Dit werk toont fragiel, kwetsbaar. De randen van de holle vormen zijn
geglansd en ogen spannend speels. Daarnaast is er een serie waarbij de
huid , het tactiele, een duidelijke rol speelt. Bijzonder en contrastrijk
is de combinatie met helder bergkristal.
In
1978 studeerde Nicolette Korteling-Kool af aan de Kunstacademie afdeling
handvaardigheid en edelsmeden te Maastricht. Sinds dat jaar is ze werkzaam
in haar eigen atelier, en doceert edelsmeden aan het creativiteitscentrum
te Geldrop. In 1994 vestigt ze zich fulltime als edelsmid/ sieraadontwerpster.
Ook zij exposeert solo en neemt deel aan groepstentoonstellingen.
|