Ad Willemen
tekeningen
i.s.m Textielmuseum Tilburg
parallel

5 november t/m 13 januari 2007

 

De heer Vreeman, burgemeester van Tilburg, en de heer H. Driessen, directeur van DE PONT museum voor hedendaagse kunst, opende de expositie '500 jaar staande naakten van Lucas Cranach".

Ad Willemen viert '500 jaar staande naakten van Lucas Cranach'
Twee namen: Lucas Cranach en Ad Willemen. Die twee hebben in ieder geval ook twee dezelfde passies: de grafische kunsten en naakte vrouwen.
Zeker, er zijn verschillen, meer dan twee. Kijk maar goed.
De geboorte van de staande naakten van Cranach vond 500 jaar geleden plaats. Meer dan 40 zijn er van de firma Cranach bekend. Cranach wist in zijn eeuw al hoe geraffineerd de nauwelijks zichtbare doorzichtige sluier kon worden aangewend om het verborgene te benadrukken. Is Cranach de grootvader van de pornografie? Waarom hebben zijn vrouwen geen schaamhaar? Door Cranachs voiltjes, die 'het' zogenaamd verbergen, wordt het erotiserende juist geaccentueerd.
Zie hoe Ad Willemen hierop reageert. Meer dan dat: hij is vervuld van dezelfde obsessie voor het vrouwelijk naakt als Cranach, die de vrouw in zijn werk niet alleen in een religieuze context afbeeldt, maar ook hoe zij verschijnt in klassieke, historische spannende verhalen.
Daar springt Willemen op in. Waarom juist nu?
Cranach vermeldt in zijn eerste houtgravure het jaartal 1506. Knorrige kunsthistorici zeggen dat dit jaartal door Cranach zou zijn vervalst, omdat hij pas in 1509 de eerste clair-obscur houtsnede zou hebben gemaakt en door deze anticipatie de uitvinding hiervan had willen voorliegen. Nu, Ad Willemen is het met een aantal intelligentere hedendaagse kunsthistorici eens dat zo'n bedrijf als Cranach een dergelijke leugen niet nodig had om naam te maken. Cranach heeft op het houtblok voor de zwarte druk in een schildje de datum 1506 gekerfd om vervolgens dat blok later te gebruiken om de clair-obscur afdruk te maken. Die prent verscheen inderdaad in 1509. Er staat 1506 en het blijft 1506 en dat is nu precies 500 jaar geleden en dat gaat Ad Willemen vieren! Nu wil hij laten zien hoe belangrijk het jaar 1506 is.
Al ruim twee jaar is hij bezig de thema's van Cranach naar zich toe te trekken. Dan is hij ook nog gedreven door het werk van twee andere gelijkgezinden: Klossowsky met zijn lineaire, nauwelijks kleur gegeven vrouwenfiguren en de Japanner Foujita, die in het handgebaar van zijn figuren een vervreemdend element toevoegt. De Tilburgse graficus Willemen plaatst zich met zijn huidige werk ­ hij beseft het zelf niet in een reeks van grote schilders. Zo werd Ernst Ludwig Kirchner door Cranach geïnspireerd tot zijn 'Naakt met zwarte hoed'. Erich Heckels houtsnede 'Staande' gaat terug op een Cranach, maar vooral Pablo Picasso leefde zich in vele disciplines uit in Cranachs 'Venus en Amor', 'David en Bathseba' en in 'De Prinses van Saksen'. Ook Giacometti en Paul Wunderlich zijn via Cranach tot expressief eigen werk gekomen.
Ad Willemen doet het anders. Gaf hij ons al in 2000 terloops in zijn verzamelprent van beroemde vrouwen, waaronder Lucretia, een blik in zijn kennis van historische dames, nu doet hij alles anders, dieper. Hij komt met Cranach ook anders dan zijn grote collega¹s vóór hem tot oorspronkelijk werk.
Willemen heeft twee benaderingen: hij neemt ofwel rechtstreeks het schilderij van Cranach tot uitgangspunt ofwel hij laat zijn model een pose aannemen zoals een dame op een schilderij van Cranach en tekent die dan naar het leven.
Dan begint het. Kijk.
Het gaat over Lucretia, Venus met al haar Amortjes, cupidootjes, godenzoontjes en beesten. En wordt onze kennis van de klassieke literatuur met titels als 'Als de honing etende, door bijen gekwelde kleine Amor, door toedoen van Zeus de gedaante aangenomen heeft van een prachtige mannetjes mandril, begint Venus heftig met de knaap voetje te vrijen' niet gniffelend opgefrist!.
Het zijn enorme, gepassioneerde tekeningen waarin het vrouwelijk naakt wordt gepresenteerd en waarin te bevroeden betekenissen onthutsend op hun kop worden gezet. Vormgeving, lijnvoering en materiaalgebruik laten alle kleuren van des tekenaars regenboog zien. Grof, verfijnd, zwart, teder, gloedvol, kleurig, bruut, uitdagend, geestig, ondeugend en altijd totaal verrukt van het vrouwenlijf. Willemen ziet alles. De bolle vloertjes onder de staanden van Cranach worden plotseling heel opmerkelijk en hij laat ze in de kosmos verdwijnen. Geeft hij zijn Lucretia teugels dan herinneren die aan de voiltjes bij Cranach. Of hij nu een Cranach kopieert of een model in een Cranach-stand tekent, het assembleren van de elementen maakt de tekening tot een nieuw Willemen-fenomeen. Opnieuw helpen zijn titels ons om maar niet te vergeten waar het om gaat. Letterlijk heet het 'Vrouwelijk naakt met rechtzijdige Parkinson belemmert een Venus van Cranach het uitzicht'. Willemen vergeet niets. Lucretia pleegt zelfmoord. We zien bij Cranach een actieve dolk en Lucretia. Bij Willemen hoeft de dolk niet meer, want Tarquinius heeft de kans niet gekregen haar te benaderen en dus krijgt Lucretia twee honden naast zich. Eén 'amortje' worden drie roedels jonkies en Acteon, de herder die Diana bespiedde tijdens haar bad, wordt half beest half mens.
De oude kerkleraar en wijsgeer Augustinus wijdt in zijn meesterwerk 'De Stad Gods' een hoofdstuk aan de verkrachting die Lucretia onderging ­ het werd in zijn dagen opnieuw wereldnieuws - en hoe dat leidde tot haar zelfmoord. Willemen las deze tekst. wie weet: elke tentoonstelling van Willemen heeft vooraf zijn geheimen.
Vergeten wij niet dat we met een hedendaagse kunstenaar te doen hebben. Hij respecteert de vrouwen die voor hem poseren. Hij vraagt zijn model, die hij afbeeldingen van schilderijen van Cranach laat zien, in een haar geliefde of aansprekende stand te gaan staan. Vervolgens gaat hij aan het tekenen. Die tekening krijgt een eigen leven en wordt in rust ­ in zijn atelier in Picardië, bijvoorbeeld - uitgewerkt. En daar is dan veel kleurpotlood voor nodig.
Opgemerkt moet worden dat geheel buiten deze tentoonstelling om, maar wel ter gelegenheid ervan, een nieuw boek met circa 100 tekeningen ­ erotiek, erotiek, meneer! - van naakten van Ad Willemen zal verschijnen.

Tekst: Jan Smits


TERUG